Volvox Olympia

Volvox Olympia

In 2010 kwam het museum in bezit van het door Modelbau Ihrenfeld & Berkefeld te Hamburg gemaakte model van de sleephopperzuiger Volvox Olympia. Het model werd door Van Oord Nederland BV in bruikleen geschonken.

De sleephopperzuiger Volvox Olympia, gebouwd bij Van der Giessen de Noord in Krimpen aan de IJssel en op 8 februari 2003 daar te water gelaten, werd afgebouwd bij IHC Holland NV in Kinderdijk.
Ze heeft een hopper van 4750 m 3 met aan stuurboord een zuigbuis voor maximaal 32 meter diepte.
Het schip wordt vooral gebruikt voor onderhouds- en verdiepingswerkzaamheden in kleinere havens en is ook uitgerust met een walpersinstallatie voor landwinning.

Mark II

Mark II

Hier afgebeeld ziet u een bestuurbaar schaalmodel van de snijkopzuiger Mark II. Het model is gemaakt door de heer J. Breur uit Hardinxveld-Giessendam. In 1978 werd bij de restauratie van het Koetshuis een bassin geplaatst waarin dit model in vol bedrijf is te bewonderen.

De Mark II is een getrouwe kopie van het echte baggerwerktuig van Koninklijke Boskalis Westminster NV, dat in 1978 bij de voormalige scheepswerf C.M. van Rees in Sliedrecht werd gebouwd. Lengte 65,4 meter, breedte 17 meter en een zuigdiepte van 25 meter. De diameter van de zuigpijp was 0,85 meter en de cuttermotor had een vermogen van 1100 kW.

De Mark II heeft rond 1990 gewerkt aan een landwinningsproject bij Bahrein en is later verkocht aan Huta Marine Works in Saoedi Arabië.

Essex

Essex

Adriaan Volker bestelde als eerste Hollandse aannemer in 1864 drie stoomgedreven emmerbaggermolens in het Belgische Luik voor een totaalbedrag van fl. 68.000,-. Later volgden andere aannemers dit voorbeeld.

Stoombaggermolen Essex is in 1923 voor de Sliedrechtse firma K.L. Kalis Wzn. & Co. gebouwd bij scheepswerf L. Smit & Zoon te Kinderdijk. Het vaartuig meet een lengte van 47 meter, een breedte van 8 meter en steekt een diepte van 3,3 meter. De baggerdiepte is 21 meter en de emmerinhoud 600 liter.

De Essex heeft onder andere grote hoeveelheden keileem opgebaggerd voor de in 1939 nieuw aangelegde dijk rondom de Noordoostpolder.

In 1948 werd de Essex verkocht aan Volker Aannemingsmaatschappij uit Den Haag. Deze liet het schip naar Nederlands Indië verslepen, waar het werkte in de haven van Soerabaja en Medan.

In 1993 werd het model door de heer ir. H.A. Verkerk uit Sliedrecht geschonken aan het National Baggermuseum.

Tredmolen

TredmolenHoewel de scheepsbouwer en cartograaf Joost Janszoon Bilhamer wordt geassocieerd met de eerste moddermolen in 1575, dateert het octrooi voor de moddermolen van 1589. Dit octrooi werd verleend aan de Delftse stadstimmerman Cornelis Dirkszoon Muys. De moddermolen, een tredwiel aangedreven schraapbaggermolen, was een hele verbetering ten opzichte van het werken met een baggerbeugel.
Vier mensen waren nodig om de emmerladder in werking te zetten. De emmerladder met emmerscheppen schraapte de modder van de bodem en stortte dit in een goot aan de voorzijde. Vervolgens werd de baggerspecie opgevangen in een vlet, die dwars voorlangs aangemeerd lag.
Tredmolens werden veel gebruikt in de Amsterdamse havens tijdens het VOC tijdperk.
Voor de grote zeilschepen was het van belang dat de waterwegen niet dichtslibden.
De tredmolen werd begin 17e eeuw doorontwikkeld naar de rosmolen, een door paarden aangedreven moddermolen. Op veel 17e en 18e eeuwse havengezichten zijn moddermolens te zien.
Onderstaand model van een tredmolen is onderdeel van de collectie van het Nationaal Baggermuseum. Het model is vervaardigd door J. de Bruin in 1975 en in 1987 door de maker aan het museum geschonken.

Zandaak

Schouw, aak, vletaak zijn verschillende namen voor verschillende type platbodems waarmee opgebaggerde baggerspecie werd vervoerd of het riet uit de Biesbosch naar het vaste land werd gebracht.

Ook voor zandwinning werden deze schepen gebruikt. Men gebruikte daarvoor baggerbeugels met een linnen zak. Wanneer de beun vol was met zand, werd het naar het stort of aan land gebracht.
Dat laatste gebeurde met kruiwagen en schep over de loopplank. Veel zandaken hadden een breed en gedeeltelijk uitneembaar bord om makkelijk uit te laden.
De steenfabrieken waren goede afnemers van zand, bijvoorbeeld langs de Hollandse IJssel en de Lek.
Rond 1900 had de gemeente Vreeswijk aan de Lek waarschijnlijk de grootste vloot zandaken van Nederland.

Aanvankelijk waren dit kleine houten schepen met een lengte van 8 tot 12 meter en een breedte van 2,5 tot 3,5 meter.

Het scheepsmodel van de zandaak in het Nationaal Baggermuseum heeft een romp daterend uit 1910, vervaardigd door de heer Van Rees uit Sliedrecht. Na schenking door de familie Van Rees, is het model geheel gerestaureerd door de heer J. Bons.
Het model meet een lengte van 178 cm en een breedte van 56 cm. De schaal is vermoedelijk 1:50.